Aansprakelijkheid bij letselschade: de basis

Wat is aansprakelijkheid?

Atlas Letselschade legt uit hoe aansprakelijkheid werkt bij letselschadezaken in Nederland. Aansprakelijkheid betekent dat iemand juridisch verantwoordelijk is voor de schade die een ander heeft geleden. Pas wanneer de aansprakelijkheid vaststaat, bent u als slachtoffer gerechtigd om een schadevergoeding te ontvangen. Het vaststellen van aansprakelijkheid is daarom de eerste en meest bepalende stap in ieder letselschadedossier.

Onrechtmatige daad (art. 6:162 BW)

De grondslag voor de meeste letselschadeclaims is artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek: de onrechtmatige daad. Om aansprakelijkheid op grond van dit artikel vast te stellen, moet aan drie voorwaarden worden voldaan:

  • Onrechtmatig handelen: de veroorzaker heeft iets gedaan (of nagelaten) dat in strijd is met de wet, de maatschappelijke zorgvuldigheid of een recht van een ander. Bijvoorbeeld: door rood rijden, een nat vloeroppervlak niet markeren, of een onveilige werksituatie in stand houden.
  • Schade: u heeft aantoonbaar schade geleden. Dat kan lichamelijk letsel zijn, maar ook psychische klachten, inkomstenderving of kosten voor medische behandeling.
  • Causaal verband: er moet een direct verband bestaan tussen het onrechtmatig handelen en uw schade. De schade moet het gevolg zijn van de handeling van de veroorzaker.

Alleen wanneer aan alle drie de voorwaarden is voldaan, is de veroorzaker aansprakelijk voor uw schade.

Schuldaansprakelijkheid

Bij schuldaansprakelijkheid moet u aantonen dat de veroorzaker verwijtbaar heeft gehandeld. Dit is de meest voorkomende vorm bij verkeersongevallen en incidenten in het dagelijks leven. Een automobilist die door rood rijdt en u aanrijdt, handelt verwijtbaar. Een winkelier die een gladde vloer niet afzet, handelt ook verwijtbaar. U als slachtoffer moet in principe bewijzen dat de andere partij schuld had aan het ongeval.

Risicoaansprakelijkheid

Bij risicoaansprakelijkheid hoeft geen sprake te zijn van schuld. De wet legt de aansprakelijkheid automatisch bij bepaalde personen, ongeacht of zij iets fout hebben gedaan. Voorbeelden:

  • Bezitter van een dier (art. 6:179 BW): als een hond iemand bijt, is de eigenaar aansprakelijk. Het maakt niet uit of de eigenaar de hond goed had vastgehouden.
  • Bezitter van een opstal (art. 6:174 BW): de eigenaar van een gebouw is aansprakelijk als het gebouw gebreken vertoont die schade veroorzaken. Denk aan een losse dakpan die naar beneden valt of een verzakt stoeptegel bij de ingang.
  • Bezitter van een motorrijtuig (art. 185 WVW): bij een aanrijding tussen een auto en een fietser of voetganger geldt een bijzondere bescherming voor de zwakkere verkeersdeelnemer. De automobilist is aansprakelijk, tenzij sprake is van overmacht. In de praktijk wordt overmacht vrijwel nooit aangenomen.

Werkgeversaansprakelijkheid (art. 7:658 BW)

Uw werkgever heeft een wettelijke zorgplicht voor een veilige werkomgeving. Artikel 7:658 BW bepaalt dat de werkgever aansprakelijk is voor schade die een werknemer oploopt in de uitoefening van zijn werk, tenzij de werkgever kan bewijzen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Hier geldt een omgekeerde bewijslast: niet u moet bewijzen dat uw werkgever nalatig was, maar uw werkgever moet aantonen dat hij voldoende maatregelen heeft getroffen.

In de praktijk betekent dit dat werkgevers bijna altijd aansprakelijk zijn bij bedrijfsongevallen. Alleen wanneer een werkgever kan bewijzen dat alle redelijke veiligheidsmaatregelen zijn genomen en dat het ongeval het gevolg is van bewuste roekeloosheid van de werknemer, vervalt de aansprakelijkheid.

Productaansprakelijkheid

Als u letsel oploopt door een gebrekkig product, is de producent aansprakelijk op grond van artikel 6:185 BW. Een product is gebrekkig als het niet de veiligheid biedt die u als consument mag verwachten. Denk aan een stoel die instort, een elektrisch apparaat dat kortsluiting veroorzaakt, of een medicijn met ernstige onvermelde bijwerkingen. De producent is aansprakelijk, ongeacht of hij wist van het gebrek.

Eigen schuld (art. 6:101 BW)

Wanneer u als slachtoffer zelf ook een aandeel heeft gehad in het ontstaan van de schade, kan de vergoeding worden verminderd. Dit heet "eigen schuld" en is geregeld in artikel 6:101 BW. De vergoeding wordt dan naar evenredigheid verdeeld.

Een voorbeeld: u wordt aangereden door een auto terwijl u geen voorrang verleende. De automobilist reed te hard. In zo'n geval kan de rechter bepalen dat u voor 30% eigen schuld draagt en de automobilist voor 70%. U ontvangt dan 70% van de totale schadevergoeding. Bij ernstig letsel geldt overigens een billijkheidscorrectie, waardoor het percentage eigen schuld lager kan uitvallen.

Hoe Atlas Letselschade aansprakelijkheid vaststelt

Het bepalen van aansprakelijkheid vereist kennis van de wet, de feiten en de juiste juridische strategie. Atlas Letselschade analyseert uw situatie, verzamelt het benodigde bewijs en stelt de aansprakelijke partij schriftelijk aansprakelijk. Wij onderhouden het contact met de verzekeraar en bewaken uw belangen gedurende het hele traject. Dit alles is voor u volledig kosteloos. De kosten van onze begeleiding worden betaald door de aansprakelijke partij.

Heeft u een juridische vraag over letselschade?

Neem contact op en wij beoordelen uw situatie kosteloos.